Er was eens een chinese kabouter. Hij en zijn vrouw waren gek paarse kool. Dat aten ze dag in dag uit. Telkens werden ze een tikje paarser. Op een dag waren ze helemaal paars.
Toen de vrouw verlepte bloemen aan het oprapen was kwam er een geest. Die zei: Jullie hebben zo veel gedaan voor het kabouter volk, jullie mogen tot de Hoogste rang van de kabouters. Nou de vrouw was zo blij dat ze helemaal verlepte. De man en vrouw waren dus verlept. En de kinderen van ze waren ook verlept. Enz.
Toen de vrouw verlepte bloemen aan het oprapen was kwam er een geest. Die zei: Jullie hebben zo veel gedaan voor het kabouter volk, jullie mogen tot de Hoogste rang van de kabouters. Nou de vrouw was zo blij dat ze helemaal verlepte. De man en vrouw waren dus verlept. En de kinderen van ze waren ook verlept. Enz.

